Welzijn van honden in de zorg: de laatste stand van zaken

Home / Nieuws / Welzijn van honden in de zorg: de laatste stand van zaken

Van de wat grotere zoogdiersoorten blijkt de hond zeer geschikt om met de mens samen te werken als co-therapeut in de zorg. Dit concludeert in Dr. B. Rietveld-Piepers in haar rapport ‘De inzet van dieren in zorg en onderwijs, recente ontwikkelingen en signalering van risico’s voor het welzijn van honden. Dit rapport is gemaakt in samenwerking met prof. dr. M.J. Enders-Slegers, faculteit Psychologie en onderwijswetenschappen, leerstoel Antrozoölogie, Open Universiteit en voorzitter van het Instituut voor Antrozoologie.

In Nederland wordt de hond ingezet voor alle vormen van dierondersteunde interventies: therapie, coaching, onderwijs, als ADL-hond (voor algemene dagelijkse levensverrichtingen) en als waarschuwingshond. Daartoe worden de honden vanaf een leeftijd van 14 maanden gedurende een half jaar getraind.

Therapie- en hulphonden in spé worden via twee verschillende routes op de markt gebracht. Een route verloopt via professioneel werkende organisaties die de honden in eigen beheer fokken, trainen en bij cliënten plaatsen. De hondenbegeleiders hebben in elk geval kennis en ervaring op kynologisch gebied. Kennis over de te ondersteunen doelgroep is niet altijd aanwezig. Zorgverstrekkende behandelaars of hulpverleners, zoals therapeuten, coaches en leerkrachten op het gebied van dierondersteunde interventies zijn geschoold en voldoen aan de gevraagde kwaliteitseisen, maar niet alle hulpverleners hebben kennis van dierengedrag en dierenwelzijn. De tweede route verloopt via het particuliere of vrijwilligerscircuit. In deze groep van aanbieders ontbreekt het veelal aan kynologische kennis en kennis op het gebied van zorg met behulp van dierondersteunde interventies.

De geringe literatuur die is uitgebracht over AAI en het welzijn van de hond duidt erop dat de omstandigheden waar hulp-en therapiehonden aan worden blootgesteld risico’s opleveren voor het welzijn van de hond. Het gaat om de opvoeding en training en het management, zoals de selectie van ouderdieren, het wisselen van eigenaar of de huisvesting. De mate waarin het welzijn wordt bedreigd kan echter verschillen. Therapiehonden bijvoorbeeld werken meestal twee tot drie keer per week gedurende twee uur op een dag, terwijl de waarschuwingshonden 24 uur per dag aan het werk zijn. De verwachting is dat de risico’s voor het welzijn zullen verschillen, afhankelijk van het soort interventie. Honden in het vrijwilligerscircuit lopen mogelijk meer risico dan in het professionele circuit, aangezien er geen wettelijke vakbekwaamheidseisen zijn voor de inzet van honden in de zorg. Op dit moment ontbreekt onderzoek om de risico’s voor het welzijn te kwantificeren. Om hier meer zicht op te krijgen beveelt het Instituut voor Antrozoölogie aan nader onderzoek te doen.

Lees hier het rapport: Rapport Dr. B. Rietveld-Piepers